BlueAce in Den Haag: Jules Kortenhorst, CDA
8 November '06
De verkiezingen staan voor de deur en dat is te merken. Er lijken geen tv programma’s meer te bestaan zonder politici als gast en iedere gebeurtenis wordt aangegrepen om een maatschappelijke discussie te starten, de meningen te peilen en weer eens lekker alles door te rekenen. En toch hebben wij er nog niet genoeg van. Speciaal voor de BlueAce doelgroep van jonge, ondernemende ICT’ers presenteren wij de komende weken een serie korte interviews met geselecteerde kandidaten van de grootste zeven partijen. Voor iedere politieke partij een kandidaat die dezelfde zes vragen krijgt voorgelegd. Een kans om zichzelf en de voor ons interessante standpunten van hun partij nog eens onder de aandacht te brengen.
Vandaag de tweede in deze serie; Jules Kortenhorst nummer 41 op de lijst van het CDA.

1. Introduceer uzelf en uw partij, wat betreft de thema’s ondernemerschap, innovatie & internet.
Mijn naam is Jules Kortenhorst, en ik ben nr 41 op de kandidaten lijst van het CDA. De afgelopen twintig jaar heb ik in het bedrijfsleven ervaring opgedaan in binnen en buitenland. Eerste 10 jaar in dienst van Shell, de laatste 10 jaar als zelfstandig ondernemer. Mijn meest recente klus was het bedrijf ClientLogic, dat als vooraanstaand CRM bedrijf veel internet en IT ondernemingen ondersteunt met callcenter diensten. Ook dat bedrijf heeft de pieken en dalen van de internet cyclus de afgelopen jaren meegemaakt. Ondernemerschap is dan ook een onderwerp dat mij op het lijf geschreven is.
Een paar weken geleden bracht het wetenschappelijk instituut van het CDA een rapport uit onder de titel ‘Vertrouwen in Ondernemers‘. Het rapport is geschreven door een commissie onder mijn leiding. Het belangrijkste punt in het rapport is dat het CDA volmonding uitspreekt dat ondernemers waardering, respect en vertrouwen van de samenleving verdienen vanwege de belangrijke rol die hun ondernemerschap speelt. Immers, innovatie, werkgelegenheid en economische groei zijn allemaal in grote mate afhankelijk van ondernemerschap. Vandaar dat het CDA ook pleit voor minder regels en meer ruimte voor ondernemers, ondernemerschap als keuzevak in het middelbaar onderwijs, flexiblisering van het ontslagrecht in ruil voor meer investeringen in trainingen en opleidingen, meer geld voor innovatie vouchers enz.
2. Hoe lang bent u al online, en welke websites of online netwerken bezoekt u regelmatig?
Mijn eerste serieuze contacten met de mogelijkheden van het internet vonden plaats in de tijd dat ik voor Shell als algemeen directeur een nieuwe onderneming mocht opzetten in Bulgarije. Het was net na de val van de muur, en telecommunicatie was een groot probleem op Balkan. Shell installeerde een X.25 communicatie platform waarmee we konden emailen. Het was allemaal nog wat complex, maar het werkte wel, met name in een land waar de telefoon het vaak niet deed.
Kort daarna (in 1994) werd ik als operationeel directeur verantwoordelijk voor een bedrijf dat zich bezig hield met personeelsadministratie. Hier besloten we tot de implementatie van een Oracle ERP systeem, waar ook internet functionaliteit onderdeel was van de oplossing. Kortom, vrij snel onderkende ik de mogelijkheden om het internet in te zetten voor het vereenvoudigen van bedrijfsprocessen.
Tegenwoordig ben ik actief op Hyves, op de CDA website, bekijk ik de sites van elsevier.nl, nu.nl, nos.nl, youtube.nl, yahoo.com, cnn.com en geenstijl.nl. Uiteraard hou ik mijn eigen site up to date, en daar is ook mijn weblog te vinden.
3. Het internet veranderd. Veel websites zijn niet langer slechts een publicatie maar vooral een participatie medium, denk aan sites als Youtube, MySpace en Flickr. Hoe zou u de Nederlandse overheid graag vertegenwoordigt zien op het internet?
De Nederlandse overheid kan gebruik maken van de interactie dynamiek op het internet om meer betrokkenheid bij de politiek te bewerkstelligen. Dan denk ik bijvoorbeeld aan on-line discussie fora, weblogs van politici, etc. Maar de overheid moet ook meer gebruik maken van het internet om de primaire processen tussen de overheid en de burger eenvoudiger te maken. Waarom kun je bijvoorbeeld nog niet een paspoort verlengen via het internet?
Kortom, de overheid moet het internet omarmen als mechanisme voor informatie en communicatie en voor het afhandelen van transacties met burgers. Daarin moet de overheid juist voorop lopen en het goede voorbeeld geven.
4. Moet wetgeving m.b.t. internet in Nederland of in europa geregeld worden, en waarom?
Het internet is bij uitstek een voorbeeld van een grensoverschrijdende technologie. Het lijkt dan ook voor de hand te liggen dat wetgeving over het internet juist op Europese schaal moet plaats vinden. Op een aantal gebieden is dat ook de juiste aanpak. Maar er zijn ook andere onderdelen van regulering met betrekking tot het internet waar de nationale wetgeving nog steeds leidend moet zijn. Een voorbeeld is bescherming van de vrijheid van meningsuiting. Onze vrijheid van meningsuiting is een groot goed waar we voorzichtig mee om moeten springen. Sommige Europese landen hebben daaromtrent andere maatstaven dan in Nederland. Op dat gebied moeten we dus vooral onze eigen regels kunnen handhaven.
5. In de VS zijn software patenten ingevoerd, in Europa wordt daar nu over gedebatteerd. Bent u vóór- of tegenstander van het invoeren van Software Patenten en wat betekent een mogelijke invoering voor Nederland?
Ik heb grote aarzelingen over een europees software patent. Één van de grote bijdragen die het internet aan de wereld heeft kunnen bijdragen in de afgelopen jaren is het concept van “open source�. Niet alleen op het gebied van software zelf, maar in allerlei vormen leidt “open source� samenwerking tot betere producten, innovatie en hogere economische groei. De “open source� encyclopedie Wikipedia is een prachtig voorbeeld. Om die reden ben ik van mening dat software patenten niet noodzakelijkerwijs een goede bijdrage zijn in de bescherming van intellectueel eigendom.
De discussie over dit onderwerp loopt al een groot aantal jaren. Het moge duidelijk zijn dat juist de grote software bedrijven, met name Microsoft, een leidende rol spelen in het aanmoedigen van deze ontwikkeling. Om die reden denk ik juist dat we extra voorzichtig moeten zijn. Het is m.i. niet duidelijk dat software patenten een nuttige goede bijdrage zijn voor onze economie.
6. Het kabinet lijkt zijn best te doen met het stimuleren van innovatie, denk aan Kennisland en het Innovatie Platform. Op lokaal niveau zijn er subsidies, loketten, wethouders en lokaal beleid in het leven geroepen. Is volgens u de Nederlandse overheid daarmee toegankelijker geworden voor startende ICT ondernemers? Wat zou Den Haag volgens u moeten / kunnen verbeteren?
Het allerbelangrijkste om innovatie en ondernemerschap te stimuleren is de regels te verminderen. Ook startende ICT ondernemers hebben nog te vaak last van alle regeltjes en vergunningen waarmee Den Haag het voor ondernemers lastig maakt zich vooral toch met ondernemerschap bezig te houden. Daarom moet de eerste taak van het nieuwe kabinet zijn om meer ruimte te creëren voor ondernemerschap. Daarnaast kan de overheid innovatie stimuleren door bedrijven te koppelen aan universiteiten, bijvoorbeeld met behulp van innovatie vouchers. Ook moet er meer geld beschikbaar gesteld worden onder de wet bevordering speur en ontwikkelingswerk, waarmee de loonkosten van R&D activiteiten worden ondersteund.
Eerder verscheen in deze serie het interview met Kirsten Verdel (PVDA). Debat kriebels gekregen? Je kunt op ons forum verder discussiëren
Tijs Teulings = Automatique. Bureau voor advies over, en technisch design & ontwerp van web applicaties. Voor zijn persoonlijke beslommeringen kunt u terecht op zijn weblog en zijn nieuwe web 2.0 app is uiteraard nog in stealth mode.
Links naar deze pagina:
-
BlueAce in Den Haag: Marcel Lücht, VVD · BlueAce
8 November 2006 om 10:40 -
BlueAce in Den Haag: Xaviera Ringeling, Groen Links · BlueAce
8 November 2006 om 12:19 -
BlueAce in Den Haag: Arda Gerkens, SP · BlueAce
8 November 2006 om 14:14
Reacties:
BlinkList
Del.icio.us
Digg
eKudos
Furl
Linklog
Reddit